Hard. Te hard.
“Ilse?!”
Alles staat stil. Mijn hart bonkt in mijn keel. Iedereen kijkt. Ik voel het. Blikken prikken in mijn rug.
Ik heb geen idee wat er van me verwacht wordt.
M’n schrift is leeg. De rest van de klas schrijft al. Bladzijden vol. Potloden krassen zelfverzekerd over papier, terwijl ik alleen maar naar die eerste lege regel staar die me keihard uitlacht.
Mijn wangen branden en mijn handen worden klam. Ik wil verdwijnen. Nu!
“Ik heb het net uitgelegd,” zegt de juf.
De woorden komen keihard binnen. Ze schreeuwt niet, maar ik voel dat ik het wéér fout doe zonder te weten hoe. Ik knik alsof ik het begrijp. Alsof ik “gewoon een beetje dom ben” vandaag en alsof het mijn schuld is.
Van binnen breekt er iets, want ik wil dit helemaal niet. Ik kies dit niet.
Ik kijk naar m’n klasgenootje naast me. Zij weet het wel. Natuurlijk weet zij het wel. Zij is niet dom. Ik fluister dat ik het niet snap, maar nog voordat ze kan antwoorden, merkt de juf het.
“Ik wil dat je oplet, Ilse!”
Ja hoor, daar gaan we weer…
Alsof ik dat niet doe. Alsof ik hier voor de lol zit en het expres doe.
Niemand lijkt te zien hoe moe ik ben van mezelf. Hoe hard ik werk om normaal te lijken. Hoe ik elke dag toneel speel dat ik het snap, dat ik het bijhoud, dat ik niet achterloop. Niemand ziet de paniek. De schaamte. Het gevecht met mezelf. Hoe ik leer om te lachen wanneer ik me dom voel. Te knikken wanneer ik het niet begrijp. Hoe ik leer om mezelf kleiner te maken dan ik ben.
Pas jaren later zou ik gaan snappen dat mijn brein soms gewoon even uitcheckt wanneer alles te veel wordt. Dat ik niet ongemotiveerd was of lui en dat het al helemaal geen desinteresse was. Het is een manier van mijn brein om om te gaan met stress en overprikkeling. Een beschermingsmechanisme dat me even loskoppelt van het moment, zonder dat ik daar zelf voor kies.
Wat ik toen zó nodig had, was geen zucht. Geen teleurstelling. Ik had iemand nodig die naast me kwam zitten. Die zou fluisteren “Kom, we doen het samen nog een keer.”
Dat had misschien wel alles kunnen veranderen. En dan nog niet eens mijn cijfers, maar wel hoe ik mezelf zag. Want dit ene moment in de klas werd een verhaal dat ik jarenlang over mezelf ben blijven geloven.
Ik weet dat het niet waar was hè, maar niemand liet me dat toen zien…
Nu ben ik geen tien meer.
Nu ben ik moeder en mijn dochter zit óók in die klaslokalen. Misschien jouw dochter ook. Misschien zit jouw meisje precies daar vandaag, midden in dat moment…
Met haar schrift voor haar open.
Een potlood in haar hand.
Ja knikkend.
En ondertussen zo hard aan het werken om die woorden te kunnen vangen.
Weet je wat ik dan hoop?
Dat er één volwassene is.
Eén.
Die niet denkt “Waarom doe je niet beter je best?”
Maar die fluistert “Kom, we doen het samen nog een keer.”
Die ene volwassene kan invloed hebben op hoe een meisje zichzelf de rest van haar leven ziet…



Eén reactie
Meester Koopmans van de 6e klas (groep 8) was de directeur van mijn school en hij zag mij. Ik voelde mezelf daarvoor best dom, kreeg extra taalles vanaf de 3e klas. Ik kon toen de sch nog steeds niet goed uitspreken en zei bijvoorbeeld “Dat ik mijn zoenen aan ging doen om naar zool te gaan”. Meester Koopmans heeft toen een logopediste mij laten helpen. Waar ik een paar keer naartoe ben gegaan. En toen viel het kwartje.
Ik zat als lange meid achter in de klas, en mocht altijd de bel luiden, omdat ik daar het dichtste bij zat. En ik mocht ook de telefoon op pakken als deze over ging in zijn kantoortje. Aan de andere kant van de hal. Want ik kon volgens mij niet alles volgen, maar dat hoorde ik dan weer wel. Dat ik naar de mavo wilde terwijl het advies eigenlijk lager uitviel, koken kon ik al en zelf dingen maken ook, vond ik. Dus geen lts en huishoudschool voor mij. Dat heeft hij volgens mij ook gestimuleerd. Ik weet nog hoe trots hij reageerde toen mijn vrindin en ik onze eerste rapporten bij hem thuis lieten zien. Hij was toen namelijk net met pensioen. Waar ik met schoolvrienden samen een toneelstukje voor had gemaakt als cadeau. Dat ik ADHD heb weet ik pas 18 jaar. Toen het werd vast gesteld bij onze jongste dochter. Volgens mij had meester Koopmans al zijn vermoedens dat ik speciaal was toen ik 11 was.