Wanneer je door een neurotypische bril naar ons ADHD’ers op een doodgewone dinsdag kijkt, besef je wat voor topsport ons brein eigenlijk levert. De rest van de wereld lijkt bij de geboorte een universele handleiding te hebben meegekregen voor sociale interactie.
Ik heb die memo (en die handleiding) volledig gemist. Ik loop dagelijks vast in de ‘ongeschreven regels’ die iedereen moeiteloos snapt, behalve ik. Misschien is het een gevolg van de eeuwige angst om ’te veel’ te zijn. Of misschien hoort het bij mij en ben ik sociaal wat onhandig. Begrijp me niet verkeerd: ik ben niet introvert of verlegen. Absoluut niet. Ik ben alleen heel gauw niet op mijn gemak. En als ik die klik niet direct voel, veranderen die ongeschreven regels in een mijnenveld. Mijn interne computersysteem draait op zulke dagen overuren om te compenseren. Hoe doen anderen dit in godsnaam?
Wat voorbeelden:
1. Het koffiezetapparaat
Mijn koffie is na tien seconden klaar. De persoon naast me heeft blijkbaar gekozen voor een driedubbele bonenmaling met biologisch melkschuim die een kleine minuut duurt, moet een jerrycan met koud water vullen en besluit ook een kop thee mee te nemen. De ongeschreven regel is dat je gezellig blijft wachten, denk ik. Dus sta je daar. Loop je toch weg? Blijf je staan? En als je blijft staan: hoe doseer je de smalltalk? Als iemand vraagt: “Lekker weekend gehad?”, hoort een normaal mens te zeggen: “Ja hoor, rustig aan gedaan. En jij?” Mijn brein hoort een uitnodiging voor een diepgaande evaluatie van de kiemkracht van mijn bloemkoolzaadjes. Halverwege de zin zie je de ander langzaam wegzakken. Wat antwoord je dan wel in godsnaam binnen drie seconden? HOE DOEN MENSEN DIT?
2. Oogcontact
Als ik me bij je op mijn gemak voel, is er niks aan de hand en kijk ik je gewoon aan. Maar voel ik die klik niet meteen? Of ben ik nerveus? Dan wordt het een mentaal gevecht. Dan ga ik in mijn hoofd tellen om ‘normaal’ over te komen. Nu drie seconden de linker-pupil aankijken… nu even casual naar de muur staren zodat het niet intimiderend wordt of ze denken dat ik een psychopaat ben… en nu weer terug. Tegen de tijd dat het gesprek voorbij is, ben ik mentaal uitgeput en heb ik werkelijk geen idee wat je zojuist hebt gezegd. Kijken jullie ook altijd tussen de wenkbrauwen, of hebben jullie een betere tactiek?
3. De groet-etiquette op de gang
Of in een lange winkelstraat, dat is net zo erg. Je loopt ergens en in de verte komt een bekende of collega aanlopen. Vanaf welk punt ga je groeten? Als je op twintig meter afstand al “Hey!” roept, moet je daarna nog tien meter ongemakkelijk in stilte naar elkaar toe lopen. Kijk je te lang naar de grond, dan ben je arrogant. Ik moet hier zelf soms hardop om lachen als ik mezelf zo bezig zie, maar serieus: hoe overbruggen jullie die meters? Wanneer zeg je hallo? Denken jullie hier ook over na?
4. Parkeerplaats
Aan het eind van de dag teruglopen naar de auto is overzichtelijk. Dan loop ik met mijn directe team – wat er in de praktijk op neerkomt dat zij stevig doorstappen en ik er met mijn conditie hijgend achteraan sjok. Maar ’s ochtends is het een ander verhaal; iedereen komt op een andere tijd aan met de auto, fiets of bus. Ik werk bij een redelijk groot bedrijf, dus ik ken lang niet iedereen. En begrijp me niet verkeerd: ik sta er enorm voor open en vind het juist superleuk om nieuwe mensen te leren kennen. Maar het is zo eng! Je hoopt bij aankomst altijd op een lege parkeerplaats, of in elk geval een bekende. Maar soms tref je een collega die je nog niet goed kent en loop je automatisch ‘gezellig’ samen op. Mind you: bij ons is dat loopje geen vijftig meter, maar ruim vijfhonderd meter. Je bent gerust tien minuten onderweg naar de ingang. Tien minuten waarin je genoeg smalltalk moet produceren om elkaar te leren kennen en ondertussen je conditie moet verbergen zodat je niet als een stormram loopt te hijgen. Ik vind het oprecht spannend om zo’n gesprek vloeiend te houden, zeker als die ander ook een beetje sociaal onhandig of in zichzelf gekeerd is.
5. Het app-alarm
Ik zie iets grappigs, of ik moet aan iemand denken en ik stuur een enthousiast appje. Er komt niet binnen drie minuten antwoord. In plaats van te denken “die is druk”, gaat er in mijn brein direct een alarm af. Zie je wel. Te veel. Je bent weer te enthousiast geweest. Vervolgens ga ik mijn eigen bericht minutenlang analyseren net zolang tot ik mezelf overtuigd heb dat de ander me haat. Ik denk dat dit een direct gevolg is van te veel zijn.
6. Het te oprechte compliment
Deze staat een beetje in lijn met de vorige. Ik geef mensen graag complimenten. Als iemand heel erg lekker ruikt, er mooi uitziet of gewoon knap is, zeg ik dat. “Ik vind jou echt heel lekker ruiken vandaag.” Ik bedoel daar helemaal niks mee, behalve dat ik het daadwerkelijk vind. Maar we zijn dat als Hollanders blijkbaar niet echt gewend. Het levert negen van de tien keer een blik van totale paniek op, waarna de ander direct op zoek gaat naar de verborgen agenda. Waardoor ik sorry zeg. En het een groot ongemakkelijk geheel wordt. 👍
7. Raak me niet aan
Dit is misschien niet eens puur ADHD, maar ik hou er simpelweg niet van om aangeraakt te worden. Zeker de blote-huid-op-blote-huid-sensatie zorgt voor acute kortsluiting. Bijvoorbeeld een onverwachte hand op mijn blote arm (jullie dachten aan iets anders, hè? Stelletje viespeuken). Ik knuffel liever niet. Nu weet ik heus wel dat het voor de ander een vorm van genegenheid is, of gewoon een manier om even mijn aandacht te vragen. Zonder bijbedoelingen. Maar mijn systeem loopt op zo’n moment compleet vast. Hoe geef je vriendelijk je grenzen aan zonder dat de ander denkt dat je hem haat?
8. Laat me uitpraten-spagaat
In een gesprek bouwen mensen hun verhaal vaak rustig op. Omdat mijn brein op lichtsnelheid werkt, zie ik het einde en de clou van de anekdote meestal na drie seconden al aankomen. De ongeschreven regel is: braaf knikken en de rit uitzitten. Maar de drang om de zin af te maken, of alvast te reageren op de conclusie die nog moet komen, is bijna niet te onderdrukken. Doe je het wel, dan ben je onbeschoft. Doe je het niet, dan ontplof je bijna vanbinnen. Herkenbaar, of zijn jullie gezegend met engelengeduld? Nee, toch?
Conclusie
Het lijkt nu misschien alsof ik vreselijk over de mensen om me heen loop te zeiken. Absoluut niet. Het ligt puur bij mij. De meesten zijn stuk voor stuk open, vriendelijk en uitstekende gesprekspartners die me meestal juist enorm op mijn gemak stellen. We zijn simpelweg niet allemaal hetzelfde en gelukkig begrijpen de meesten dat de een wat vlotter is in het contact dan de ander. En dat is misschien vreemd als je naar mijn functie (PR-coördinator) kijkt, maar toe maar. Vreemd is my middle name.
Het blijft een vermoeiende sport, dat overcompenseren en het constant zoeken naar de juiste modus. Maar aan de andere kant: als we allemaal die perfecte, onzichtbare handleiding hadden gevolgd, was de wereld wel heel erg voorspelbaar geweest.
Hoe zit dat bij jullie? Welke ongeschreven regel geeft bij jou direct kortsluiting?


