Hee hai, daar ben ik weer! Als je mijn vorige blogs hebt gelezen, dan weet je inmiddels dat ik niet vies ben van een portie zelfreflectie met een flinke knipoog. Ik nam jullie mee in mijn achtbaan van voor en na de diagnose, de crash in het beruchte diepe zwarte gat en mijn eeuwige gevecht met de 100.000 maskers en trucjes om maar gewoon ‘normaal’ mee te kunnen draaien.
Altijd met een brede glimlach, een pijlsnelle grap, of een quick-fix. Want hey: Jessica to the rescue, toch? Maar vandaag zet ik de grapjes heel even op pauze, een beetje dan. Vandaag wil ik het hebben over een onderwerp waar ik lang en heel goed over heb nagedacht, of ik het überhaupt wel moest blootleggen. Een onderwerp dat schuurt, dat dieper gaat dan chaos of vergeetachtigheid. En een onderwerp dat kan resoneren en pijnlijk kan zijn.
Vandaag duiken we in de complexe, verwarrende knoop tussen ADHD en trauma. Of is het trauma en ADHD?
Er was eens een meisje van vier
Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: toen ik vier jaar oud was, heb ik een ernstig trauma opgelopen. Die heb ik vervolgens met mijn vierjarige kleine koppie zo ver mogelijk weggestopt in alle hoeken en gaten die ik maar bedenken kon. Zodat ik er maar nóóóóit meer over na hoefde te denken en het misschien wel zou vergeten. Vanaf dat moment zou ik mezelf beter beschermen, adem in adem uit, schoudertjes d’r onder, hupsakeetje, gewoon doorgaan! Niks aan de hand!
En dat heb ik zo gruwelijk goed gedaan, dat ik er zelfs in mijn volwassen leven aan twijfelde of het wel over mij ging, als mijn naasten erover begonnen. De inhoudelijke details ga ik je niet aan je neus hangen. Sommige stukjes houd ik liever privé om mijzelf en mijn kindjes toch enigszins te beschermen tegen alle fucked up shit van de boze grotemensenwereld. Dus voor wie dit niet kan respecteren, afsluiten en verder scrollen graag! Doei!
Oké….
Maar het feit dat het er is, daar hoef ik niet langer over te zwijgen. Dit trauma heeft mij gevormd. Het heeft de blauwdruk van wie ik ben, fundamenteel veranderd. En dat maakt dat er sinds mijn ADHD-diagnose, inmiddels bijna acht jaar geleden, toch altijd wel één specifieke vraag door mijn hoofd blijft spoken. Een vraag die waarschijnlijk herkenbaar is voor iedere chick die op latere leeftijd hoort dat haar brein net even anders werkt: “Wat als…?”
In mijn geval; wat als dat trauma er niet was geweest? Zou ik dan ook die stuiterende kletsmajoor zijn? Had ik dan ook naar een speciale school gemoeten? Had had ik dan ook drie jaar lang op gitaarles gezeten, de meest prachtige klassieke stukken gespeeld, zonder ook maar één noot te kunnen lezen (wat dus niemand wist). Had ik dan wel al mijn teksten kunnen onthouden bij optredens met mijn cover bandje. Zouden de weekboodschappen en het huishouden dan geen chronische worsteling zijn geweest? Was het vreselijke moedermonster dan wellicht niet ontwaakt? Was ik dan ook in die burn-out gecrasht? En…pff, heb je even?
Het lijkt mij duidelijk dat mijn brein destijds simpelweg in een overlevingsstand is geschoten. En daar ‘veilig’ is blijven hangen? En dat heeft mijn ergens vast ook wel geholpen. Ik vond de kracht om door te gaan, had het vermogen om weinig te voelen en wist ongemak feilloos te maskeren.
Maar aan de andere kant… heeft trauma uiteindelijk mijn ADHD uit de doeken gedaan? Is er vanaf dat moment iets in mij geknapt waar ik anders totaal aan voorbij gegaan zou zijn? Of was het juist mijn anders werkende brein wat ervoor gezorgd heeft (of i.i.g. niet heeft helpen voorkomen) dat het trauma juíst mij overkwam?
Het is een vraag, met honderdduizend vervolgvragen, die nooit beantwoord zal worden, ben ik bang. En ergens is dat oké, life goes on. En toch, het blijft een fascinerende vraag…
De wetenschap
Als rasechte ADHD’er heb ik uiteraard al een paar flinke nachten gehyperfocust op dit onderwerp en ben ik vol in de psychologie gedoken, om te begrijpen hoe het zit. En wat blijkt? De wetenschap is er ook nog niet helemaal uit, maar de link tussen ADHD en trauma is gigantisch. Ze overlappen elkaar zo enorm dat het soms bijna niet te ontwarren is.
Als kind met een onontdekt ADHD-brein, loop je in deze maatschappij al constant op je tenen. Je krijgt vaker negatieve feedback (of creëert deze zelf), voelt je sneller onbegrepen en ontwikkelt een enorme bewijsdrang om ertoe te doen. Dat constante gevoel van ‘niet goed genoeg zijn’ is op zichzelf al een vorm van chronische stress.
Maar draai het eens om: wanneer je op zeer jonge leeftijd een ernstig trauma meemaakt, raakt je zenuwstelsel chronisch overprikkeld. Je brein bevindt zich continu in de vecht-, vlucht- of bevriesstand. En laat de symptomen van een overprikkeld stresssysteem nou exact lijken op… jawel, ADHD! Potjandorie, daar heb je ze hoor: concentratieproblemen, emotionele (in-en uitwendige) ontploffingen, hyperalertheid en impulsiviteit.
Neurowetenschappelijk onderzoek laat zien dat zowel trauma als ADHD invloed hebben op de prefrontale cortex – het deel van je brein dat verantwoordelijk is voor planning, emotieregulatie en focus. Die moet bij mij dus vast helemaal weggevaagd zijn. Dat verklaart een hoop! (Haha…grapje, even serieus)
Het is een klassiek kip-of-ei-verhaal. Versterkt het trauma de ADHD, of maakt de ADHD meer kwetsbaar voor de impact van trauma? Schiet mij maar in een loempia, geen idee. Het antwoord is waarschijnlijk: allebei.
Overleven en acceptatie
In mijn eerdere blogs schreef ik al over de zoektocht naar acceptatie. Dat ik met een denderende slakkengang steeds een stukje dichterbij kom. Maar ik merk dat acceptatie voor mij pas kan ontplooien als ik álle puzzelstukjes ook durf aan te kijken. Niet alleen de ADHD-stempels of de hormoonschommelingen, maar ook die diepe, oude wortels uit mijn vroege jeugd.
Het meisje van vier dat destijds moest overleven, is de basis geworden van de vrouw die nu haar knetterende best doet om alle ballen hoog te houden. Die overlevingsmechanismen van toen – het pleasen, het maskeren, de humor als schild – hebben mij heus ergens gebracht. Ze hebben me gemaakt tot de veerkrachtige, creatieve en empathische vrouw die ik nu ben. Klein beetje gestoord wel, maar dat houd de boel lekker luchtig. Zodat ik niet (weer) het zwarte gat ingetrokken wordt, mocht mijn batterij nog een keer leegraken.
En het antwoord is…
We hoeven de vraag ‘Wat als…’ uiteindelijk misschien helemaal niet te beantwoorden. Mijn brein is hoe het is: een tikkeltje chaotisch, intens gevoelig, snel overprikkeld, maar ook kleurrijk en vol leven. Of dat nou puur genetische ADHD is, een erfenis van iets super stoms– of een ingewikkelde cocktail van beide – het mag er allemaal zijn.
Ik hoef ook niet perfect te zijn, want perfectie is saai (en past sowieso niet in mijn agenda, al zou ik het willen…ha!). Ik heb nou eenmaal heel wat te verstouwen gehad. En tja, wie niet? Iedere gek zijn gebrek, ja toch niet dan?!
Dus, lieve Dopamina’s, alle gekheid op een stokje; mocht jij ook worstelen met een dubbele rugzak van een uniek brein én shit uit je verleden: je bent niet alleen!
Samen zijn we sterker 💕
Bovendien, niemand had dit varkentje beter kunnen wassen dan wij!
Je hoeft niet iemand anders te worden om toch verdomde trots te zijn op wie je bent! Net als ik, ik ben zo trots op mij dat ik het eigenlijk niet durf te geloven!
Hahaha…dikke flapdrol toch? Anders is het natuurlijk weer te perfect, kan ech nie!
Kus op je neus 💋 en tot de volgende keer!
Liefs,
Jessica


